Om tijd te besparen wordt de wasmachine soms tot aan de rand gevuld, in de hoop zo in één beurt zoveel mogelijk kleding kwijt te kunnen. Een te volle trommel laat echter weinig ruimte over voor water en wasmiddel om goed tussen alle stukken te circuleren.
Wanneer kleding nauwelijks kan bewegen tijdens het wasprogramma, blijft vuil op sommige plekken gewoon zitten, ook al draait de machine het volledige programma af. Het resultaat is kleding die er wel gewassen uitziet, maar in werkelijkheid niet overal echt schoon is geworden.
Een goede vuistregel is om de trommel voor ongeveer driekwart te vullen, zodat er nog voldoende ruimte overblijft voor beweging. Zo krijgt elk kledingstuk tijdens de wasbeurt voldoende contact met water en wasmiddel, in plaats van grotendeels tegen andere kleding aan gedrukt te blijven zitten.
Verdeel grote en kleine wasbeurten bewust
In plaats van te wachten tot de wasmand helemaal vol zit, is het vaak beter om iets vaker een minder volle wasbeurt te draaien. Dat lijkt minder efficiënt, maar levert in de praktijk wel kleding op die daadwerkelijk grondig gewassen is.
Zware stukken zoals handdoeken of dekens nemen bovendien meer ruimte in dan ze op het eerste gezicht lijken te doen, zeker wanneer ze nat worden. Houd hier rekening mee bij het inschatten van hoe vol de trommel eigenlijk mag zijn voor een bepaalde lading.
Door de wasmachine niet te overladen, blijft elke wasbeurt effectief, en komt kleding er telkens weer echt schoon uit. Die paar extra wasbeurten per week wegen ruimschoots op tegen kleding die anders nooit helemaal fris wordt.